Visie

Fundamentele uitgangspunten

Elk kind ontwikkelt en leert anders

Elk kind moet gewaardeerd worden binnen zijn/haar eigenheid, want men komt enkel tot leren wanneer je je veilig, begrepen  en beschermd voelt. Het kind heeft recht op kansen die aansluiten bij zijn/haar noden en sterktes binnen zijn/haar tempo.

We trachten het kind bewust te maken van zijn eigen mogelijkheden door het bijbrengen van kennis, vaardigheden, attitudes, structuur en regelmaat in werken en denken. Wij stimuleren hierbij het kind tot grote zelfstandigheid en zelfsturing .

Dit ontwikkelingsproces heeft als functie het uitbouwen van een positief, evenwichtig zelfbeeld en zelfkennis bij het kind.

 

Elk kind groeit op, leert en werkt in een zeer veranderlijke wereld

Om te kunnen functioneren en zich gelukkig voelen in onze zeer complexe, snel veranderlijke wereld moet het kind over een grote relatiebekwaamheid kunnen beschikken. Het oefenen om 'sociaal vaardig' te worden betekent:

  • een positieve, solidaire en kritische ingesteldheid naar de maatschappij,

  • een verantwoordelijkheidszin naar zichzelf ( lichaam en geest ) en elkaar, mensen in de wereld, dieren, natuur en milieu te laten ontwikkelen.

Leren en jezelf ontwikkelen

Met levensecht onderwijs inspireren we onze kinderen door hen te laten ontdekken hoe boeiend onze snel veranderende wereld in mekaar zit.  Maar ook jezelf ontdekken is belangrijk : wat je goed kan, en wat je werkpunten zijn. Kennis- en persoonlijkheidsontwikkeling moeten hand in hand gaan.

We willen onze leerlingen begeleiden om zoveel mogelijk zelfstandig te worden in het leren en afwerken van taken.

 

Maar er komen nog heel wat andere aspecten van ontwikkeling aan bod: Klim Op heeft een rijk sportaanbod, we werken muzisch en we doen zorgvuldig gekozen educatieve of culturele uitstappen. Klasoverschrijdende activiteiten dragen bij tot de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze kinderen. 

lente.jpg

Leren

In Klim Op volgen we de leerplannen van OVSG (onderwijskoepel van steden en gemeenten).

In hun 'doelenboek' staat precies beschreven wat kinderen moeten kennen en kunnen op het einde van hun leerjaar.

Het doelenboek is gebaseerd op de leerplannen en de eindetermen, en onze methodes zijn hieraan aangepast.

meer over leren

154935283_1742972882543182_4501836832923298943_n_edited.jpg

Wij proberen een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen van ieder kind. Dit leerlingprofiel vertelt ons wat de kenmerken, interesses, talenten en vaardigheden van het kind zijn. We trachten ook de leerstatus van ieder kind te bepalen:

Wat heeft het kind nodig om goed te leren? Hoe leert het? 

 

Op basis van deze kennis kunnen we aan de slag in de klas met een gedifferentieerde aanpak. Zo komen we tot drie categorieën in de klas, die kunnen verschillen van vak tot vak :

  • Instructieonafhankelijke leerlingen: deze kinderen kunnen zelfstandig aan de slag, zonder al te veel uitleg van de leerkracht. Vaak hebben deze kinderen zelfs extra uitdaging nodig. Ze moeten ook niet alle oefeningen uit het oefenboek maken, maar krijgen in de plaats wel ander werk. Dat noemen we maatwerk of pluswerk (bv. Sterk Rekenwerk).

  • Instructiegevoelige leerlingen: deze kinderen krijgen instructie van de leerkracht, zeg maar de 'gewone les' en kunnen daarna zelfstandig aan de slag. Ze hebben dus uitleg nodig, maar zijn op niveau.

  • Instructieafhankelijke leerlingen: deze kinderen krijgen extra ondersteuning. De leerkracht oefent samen met hen en/of ze mogen hulpmiddelen (bv. een hulpkaart) gebruiken. Het is de bedoeling dat ze hiermee na verloop van tijd zelfstandig aan de slag kunnen.

We streven ernaar dat alle kinderen zoveel mogelijk het normale curriculum van de klas volgen. Wanneer dat toch niet lukt, dan wordt er in samenspraak met het CLB en de ouders een plan opgesteld.

We volgen de vorderingen van onze leerlingen nauwgezet op in ons leerlingvolgsysteem. Naast de gewone methodetoetsen doen we ook LVS-toetsen, waarmee we kunnen beoordelen of onze kinderen op peil blijven over de verschillende leerjaren heen.

Dankzij de Igean- en OVSG-toetsen kunnen we onze onderwijskwaliteit blijven bewaken, want ze geven ons informatie over het niveau van ons onderwijs.

 

Leerlingbegeleiding

Klim Op is een zorgzame school. Het is onze verantwoordelijkheid om, in samenwerking met de ouders, onze leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden in hun leerproces. We vinden het belangrijk dat alle leerlingen zoveel mogelijk doelen en de eindtermen bereiken en dat ze zo zelfstandig mogelijk werken. Dat doen we door een zorgvuldig georganiseerde brede basiszorg binnen de eigen klas. Na regelmatige evaluaties en overleg sturen we bij waar nodig.

Visie

 

Het zorgbeleid is de verantwoordelijkheid van het ganse schoolteam en is gericht op de totale ontplooiing van de leerlingen. Onze leerkrachten trachten door middel van een gedifferentieerde aanpak het leren, de vaardigheden, talenten en zelfsturing van de leerlingen zo veel mogelijk te ontwikkelen.

Leerlingenbegeleiding betekent voor ons dat we zoveel mogelijk tegemoet komen aan de hulpvraag of behoefte van elk kind.  Dit kunnen leerlingen zijn met leerachterstand, een leerprobleem, maar ook met leervoorsprong. Zo hebben alle kinderen de nodige succeservaring en blijven ze gemotiveerd werken in de klas.

De organisatie van de zorg situeert zich op drie niveaus:

  1. De brede basiszorg (of  eerstelijnszorg) gebeurt in de klas en wordt georganiseerd door de klastitularis voor alle leerlingen.  Deze zorg heeft dan ook eerder een preventief dan curatief karakter. Leerkrachten worden gestimuleerd om hun handelen, vraagstelling, formulering van opdrachten, oefeningen, aan te passen aan de noden van de leerlingen. Differentiatie binnen de klas is volledig geïntegreerd in onze school. We hebben tijdens de les aandacht voor kinderen die extra oefening of uitleg nodig hebben. Opdrachten kunnen ingekort worden of de werkduur van een opdracht kan verlengd worden, zodat ook deze kinderen voldoende kansen krijgen. Tevens gaat onze aandacht uit naar kinderen die extra uitdagende leerstof nodig hebben, omdat ze de leerstof vaak te gemakkelijk vinden of al snel onder de knie hebben. Deze kinderen krijgen moeilijker werk dat dieper ingaat op de leerstof. Zo blijven ze zich betrokken voelen en blijft het leren zinvol en leuk voor hen (zie Pluswerk).  Kinderen kunnen ook ingeschakeld worden in de interne zorgorganisatie van de klas, bv. via peer tutoring. 

  2. De verhoogde zorg is bedoeld voor sommige kinderen.  Er worden dan bijkomende  maatregelen getroffen, zoals extra ondersteuning door een zorgondersteuner. De klasleerkracht roept de hulp in van het zorgteam voor het beantwoorden van de  zorgvraag. Het zorgteam tracht vervolgens een begeleidingsplan op te stellen waarmee de klasleerkracht en/of de zorgondersteuner aan de slag kan

  3. De uitgebreide zorg. Voor een kleine minderheid van de leerlingen doen we beroep doen op externe hulp: CLB, logopedist, ... Regelmatig overleg tussen ouders, leerkracht, zorgteam en CLB dragen ertoe bij dat alle betrokkenen zich gesteund voelen en dat voor de leerling echt alle kansen benut worden.

De focus bij dit alles mag niet liggen op de dingen die het kind niet kan of die niet willen lukken. Wij vertrekken vanuit de talenten en interesses van het kind, om van daaruit hiaten, tekorten, problemen bij te werken. Voor ons heeft elk kind een uniek patroon van talenten en een eigen leerstijl. Deze onderlinge verschillen tussen leerlingen begrijpen en benutten creëert een omgeving waarin leerlingen zich trots voelen, geaccepteerd, minder bang om te falen... Ze houden langer vol, blijven gemotiveerd omdat ze succes ervaren.

Het zorgteam

Het zorgteam van Klim Op heeft specifieke taken in de leerlingenbegeleiding, met name op vlak van preventie en remediëring. Het zorgteam werkt zowel in de klas van de leerling (als ondersteuning) als buiten de klas.

Samen staan de zorgondersteuners in voor de organisatie en de opvolging van de zorg en van het maat- en pluswerk.

Het zorgteam bestaat uit zorgcoördinator meester Lander, zorgondersteuners meester Tim en juf Sabine en meester Jan, de directeur.

De zorgcoördinator

Lander Geysen, kinderpsycholoog van opleiding, doet de algemene coördinatie van het zorgbeleid. Hij staat in voor de organisatie en de opvolging van de LVS-toetsen (leerlingvolgsysteem).  Hij organiseert intern en extern (CLB) zorgoverleg.

Hij communiceert met alle betrokkenen: leerlingen, ouders, leerkrachten, directie,

externen,…

Meester Lander zorgt ook voor de sociaal-emotionele begeleiding van onze leerlingen.

 

Maat- en Pluswerk

We proberen ervoor te zorgen dat kinderen ‘naar school gaan’ een nuttige en interessante ervaring vinden.  Kinderen komen in aanmerking voor maatwerk omdat ze goede resultaten haalden op de leerlingvolgsysteemtesten van de school, omdat de klasleerkracht het ondervond of omdat een IQ-test een hoge score gaf.

Daardoor mogen deze kinderen tijdens de lessen sommige oefenbladen inkorten of zelfs overslaan: wij noemen dat compacten. De ‘vrijgekomen tijd’ wordt gewerkt aan maatwerk. Deze kinderen krijgen ‘verrijkingsoefeningen’. Deze oefeningen gaan dieper in op de leerstof.

Kinderen met een leervoorsprong hebben voldoende uitdaging nodig. Deze leerlingen krijgen dan moeilijker of ander werk (pluswerk), zoals het zelf maken van een project maken dat wordt voorgesteld aan de klas.

Er wordt ook gewerkt aan hun werkhouding. Maatwerkleerlingen moeten de noodzaak ondervinden om door te zetten en leren omgaan met falen.  Op deze manier ontwikkelen ze een leerstrategie die ze anders niet zouden nodig hebben omdat ze alles zo snel doorhebben.

Ook het creatief denken wordt ontwikkeld. De kinderen leren omgaan met de eigen ideeën en die van een ander. Er is altijd meer dan één manier om iets te doen of om over iets te denken!

header foto 8.jpg
 

Leren van en met elkaar

Kinderen inschakelen in het leerproces
 
Vanaf oktober vinden er in Klim Op speciale leesmomenten plaats, waarbij een sterkere leerling een jongere begeleidt bij het hardop lezen.  Dit gebeurt klasdoorbrekend met leerlingen van het 3de, 4de, 5de, en 6de leerjaar.  'Peer tutoring' is een onderwijsvorm waarbij een oudere leerling, de ‘tutor’, een jongere leerling, de ‘tutee’, begeleidt.

Deze leesmomenten noemen we ‘maatjeslezen’. Een grotere ‘maat’ (die leesniveau 9 beheerst), begeleidt een ‘maatje’ dat nog moet oefenen om een hoger niveau te behalen.

Zo krijgen deze ‘maatjes’ veel meer leesbeurten dan ze in een gewone leesles zouden krijgen en zo kunnen ze het technisch lezen optimaal oefenen.  De ouderen tutor zal hen vriendelijk wijzen op fouten en hen verbeteren waar nodig.  Deze tutors krijgen hiervoor een opleiding met instructies op welke wijze ze dit best aanpakken.

 

Na de kerstvakantie krijgt elke leerling van het 2de leerjaar een ‘tutor’ van het 5de, en elke leerling van het 3de een ‘tutor’ van het 6de.  Zowel de jongere leerling (de tutee) als de oudere (de tutor), scherpen hun vaardigheden in begrijpend lezen aan.

Bijkomend voordeel is dat ook de sociale vaardigheden worden geoefend. De ‘tutors’ leren immers leiding geven, belangstelling tonen, complimentjes geven, bijsturen als het niet goed gaat, aanmoedigen…

 

Door het toepassen van deze leesvormen bevorderen we in Klim Op niet alleen de leesvaardigheid van de leerlingen, maar zeker ook het leesplezier!

tutor_edited_edited.jpg

Deze verschillende leesstrategieën worden intensief geoefend:

  • Voorkennis activeren: Wat denk je al te weten over het onderwerp?  Wat verwacht je?

  • Voorspellend lezen: Hoe gaat het verhaal verder, denk je?  Wat gaat er logischerwijze gebeuren? 

  • Hoofdzaken onderscheiden: Wat zijn de belangrijkste verhaallijnen?  Wie zijn de hoofdpersonages?  Waar gaat het verhaal precies over?  

  • Betekenis van woorden, zinnen (= woordenschat vergroten)

  • Tekstsoorten onderscheiden: verhalende teksten, informatieve teksten, wervende teksten,...

  • Schema’s maken: Hoe zou je een en ander samenvatten?  (= ook domein van 'leren leren')

 

Tijdens de eerste les oefenen de leerlingen de leesstrategie in de eigen klas. Tijdens de 2de les komen de tutors en tutees samen om te oefenen. De tutee leest de tekst hardop. Daarna lost het leesduo samen de vraagjes op die bij de tekst horen.  De tutor zal foutjes mee verbeteren, helpen, bijsturen, schrijven…

 

De leerkracht begeleidt en bewaakt het leesproces, stuurt bij als een duo niet goed verder leest of niet meer verder kan, en evalueert na het lezen. 

 

Talent stimuleren

talent.jpg

 

 

MUZIEKKNAP gaat over je gevoel voor ritme, graag luisteren naar muziek of zelf muziek maken enz.

 

REKENKNAP gaat over het logisch nadenken, het gestructureerd werken, oorzaak en gevolg zien, graag rekenen enz.

NATUURKNAP gaat over je interesse in natuurverschijnselen, zorgen voor de natuur, graag observeren, verzamelen, omgaan met dieren enz.

 

ZELFKNAP gaat over jezelf: goed weten wie je bent en wat je kan, stilstaan bij jezelf, zelfstandig kunnen werken enz.

Het werken rond talenten is gebaseerd op het gedachtegoed van de meervoudige intelligentie. We noemen ze 'knap'.

Dit zijn de talenten waar het om draait:

SAMENKNAP gaat over het goed kunnen samenwerken, zorgen voor elkaar, omgaan met andere mensen, sociaal vaardig zijn...

 

BEWEEGKNAP gaat over het graag bewegen, een goed lichaamsbesef

 

BEELDKNAP gaat over het denken in beelden, graag bezig zijn met kleuren en vormen, tekenen, schilderen en knutselen, maar ook het ruimtelijk inzicht en het zich goed kunnen oriënteren.

 

TAALKNAP gaat over het goed zijn in taal: gemakkelijk ideeën kunnen verwoorden, graag lezen en schrijven, over een grote woordenschat beschikken.

STEM, knapuur, Knapdag

STEM staat voor science, technology, engineering en mathematics. Of anders gezegd: wiskunde, wetenschappen en techniek. Het onderdeel ‘engineering’ spreekt erg aan, omdat de leerlingen (wetenschappelijk) mogen onderzoeken, experimenteren en ontwerpen om oplossingen te vinden. Dit stimuleert het onderzoekend leren en het oplossingsgericht denken van onze leerlingen.

Door het werken rond talenten en STEM krijgen we een breder beeld op onze kinderen. We kunnen onze individuele begeleiding hier beter op afstemmen en het helpt ook bij het maken van een verdere studiekeuze.

In het vijfde en zesde leerjaar wordt veel aandacht besteed aan de richtingen en mogelijkheden van het secundair. Er worden ook een aantal zeer uiteenlopende beroepen belicht om zo naar de interesses van onze laatstejaars te peilen.

Knapuur en knapdag

Het wekelijkse knapuur is geïnspireerd vanuit onze talentwerking. In een beurtrol krijgt elke klas elke week een extra les yoga, ICT, STEM of muziek (Orff). De leerkrachten die deze lessen geven zijn ‘specialist’ in de materie, en dat is een garantie voor kwaliteitsvol onderricht.

Het jaarlijks hoogtepunt is onze Knapdag. We werken hiervoor samen met ouders, grootouders, nonkels, tantes, kennissen... die hun beroep, hobby of bijzonder talent willen voorstellen, maar ook met verenigingen en zaakvoerders.  Op de Knapdag begeleiden deze vrijwilligers dan een groepje kinderen in een workshop of werkbezoek.

​​​​​

Groeiboekje

In hun groeiboekje houden de leerlingen hun zoektocht naar interesses en talenten bij. Het boekje gaat zes jaar mee, dus op het einde van die periode hebben de kinderen een goed beeld van wat ze goed kunnen, wat hen interesseert en wat minder. Dit is in de eerste plaats een leuke herinnering voor later, maar het groeiboekje geeft ook informatie die belangrijk kan zijn bij het bepalen van de studiekeuze naar het middelbaar.

 
Veilig verkeer

van en naar school

Rijbegeleiding

Op het einde van elke schooldag begeleiden de leerkrachten de rijen naar het kerkplein en de Theo Verellenlaan.  Mensen die hun kind met de auto ophalen, vragen we om voor de veiligheid op het kerkplein te parkeren. Ouders spreken met hun kind een vaste plaats af waar hij/zij afgehaald wordt, bijv. op het kerkplein of aan de oude pastorie. Zo kan de leerkracht en de peter/meter van uw kind goed opvolgen in welke rij uw kind moet staan.

Let op : aan de school geldt de 30km/u snelheidslimiet!

Verkeerseducatie

Naast theortische lessen in de klas komt het er in de verkeersopvoeding van onze kinderen vooral op aan van

ook te oefenen in de praktijk.

In ons jaarprogramma komen volgende zaken aan bod:

algemeen

  • strapdag

  • folder Max en Lena: veilig schoolbegin

  • fietsparcours op de speelplaats

  • fietscontroles en markeren fietsen

  • fluoactie: dragen fluovest van herfstvakantie t.e.m. paasvakantie

  • week van de zachte weggebruiker

  • fietsbrevetten: eerste, tweede en derde graad.

Gezondheid

Een actief beleid

Gezondheidsbeleid

In Klim Op voeren we een actief gezondheidsbeleid. Zowel tijdens als buiten de lessen is er aandacht voor verschillende gezondheidsthema's:

  • voeding

  • bewegen

  • hygiëne

  • welbevinden en sociale vaardigheden

  • verkeersveiligheid

  • veiligheid op de speelplaats

  • ergonomie: boekentassen en zithouding

  • alcohol- en drugpreventie

  • milieu: water, afval, duurzaamheid

  • seksuele opvoeding en relatiebewaamheid

  • eerste hulp

Sport

Klim Op = sportschool

Sportschool

Tweemaal per week krijgen onze leerlingen lichamelijke opvoeding.  Daarnaast is er nog een aanbod van middagsport en naschoolse sport. Tijdens de speeltijden in de herfst- en lentemaanden zijn er basket-, volleybal-, unihoc- en voetbaltornooien.

elke trimester organiseren we een sportdag voor de ganse school.

Zo kunnen kinderen kennismaken met een brede waaier aan sport en bewegingsaanbod, zodat ze een keuze kunnen maken voor hun vrije tijd.

tijdens het knapuur krijgen de kinderen  yogalessen. Dit kan hen helpen te ontstressen, maar het heeft ook nog vele andere voordelen (verhoogde concentratie, bv.).

Klim Op is ook een schaakschool.Info hierover vind je elders op deze site.

Zwemmen

We gaan zwemmen met het 2de leerjaar.

Zij krijgen 12 zwemlessen van 45 minuten in het zwembad van Zundert.

Iedereen zorgt natuurlijk zelf voor zwemgerief. Badmutsen worden door de school bezorgd. De zwemdata worden via het Prikbord meegedeeld.

Volgens de leerlijn zwemmen moet vooral de nadruk vooral liggen op het zich kunnen redden in het water.

Veilige school

dankzij veiligheidscontroles

IGEAN

De intercommunale Igean zorgt voor de veiligheids-controle op onze school. Jaarlijks worden gebouwen, speelplaats, brandveiligheid, ehbo-post... nagekeken.

Als er mankementen worden vastgesteld grijpt de technische dienst van het gemeentebestuur onmiddellijk in.

Minstens ieder jaar organiseren we evacuatieoefeningen met de ganse school.

Voor gezondheidsrisico's (bv. epidemieën) werken we nauw samen met het CLB

 
Huiswerk

Over de zin en onzin van huiswerk zijn reeds vele studies gemaakt.  De waarheid ligt zoals zo vaak ergens in het midden. Na een lange schooldag hebben kinderen het nodig om te spelen en te ontspannen. Maar huiswerk helpt ook mee aan het verwerven van een correcte leer- en werkhouding.
Huiswerk ligt in het verlengde van het leerproces dat in de klas is gestart. Het vormt als het ware de brug tussen ouders en school. 

Huiswerkklas

Elke maandag, dinsdag en donderdag tussen 15.10 en 15.45u volgen onze leerling naschoolse les, oftewel 'huiswerkklas'.

In deze les zetten we de kinderen op weg naar het zelfstandig aanpakken van taken en lessen, maar er is veel gelegenheid tot hulp vanwege de leerkracht. Het is dus een proces dat nog sterk begeleid wordt door de leerkracht. Tijdens het naschools lesuur in de derde graad ligt de nadruk op verdieping in de leerstof Frans.

Plannen en zelfstandig werken

Vanaf de derde graad, met het oog op de nakende overgang naar het middelbaar, wordt er meer en meer de nadruk gelegd op het zelfstandig plannen van de lessen. Dit natuurlijk nog altijd sterk gestuurd in een veilige klasomgeving.

Lessen leren is anders dan gewoon 'huiswerk maken'. Je moet goed plannen, oefenen, herhalen en  controleren (zie ook hoofdstuk 'Leren Leren' elders op deze site)

Wat verstaan we onder ‘huiswerk’?

Huiswerk is het totaal van alle taken, werken en lessen die door de klasleerkracht aan de leerlingen worden opgegeven om 'thuis' (= naschools) af te werken.

 

Onze visie

Het is de bedoeling dat onze kinderen leren plannen, organiseren, uitvoeren en zichzelf evalueren. Via de aanzetten in de klas stimuleren wij de kinderen om thuis verder zelfstandig te werken. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat leerlingen een werkattitude aanleren en op een zelfstandige manier de aangebrachte leerinhouden verwerken en inoefenen. Dit proces is niet voor alle kinderen even gemakkelijk. Daarom zetten wij ons in om de kinderen in de klas een goede leerhouding bij te brengen en te leren plannen. Lessen en taken worden niet zomaar gauw in het agenda genoteerd, maar in de klas wordt met de leerlingen zorgvuldig besproken hoe ze geleerd en/of gemaakt moeten worden (= leren leren).

 

Agenda

Het gebruik van de klasagenda zien wij als een middel om te leren plannen en om aan de ouders te laten weten waarmee het kind bezig is. Het invullen en/of bespreken van de agenda gebeurt doorgaans tijdens onze naschoolse les. In de klasagenda wordt gewerkt met duidelijke pictogrammen, waarvan de kinderen de betekenis kennen. Deze pictogrammen variëren in per leerjaar. Ze zijn een hulpmiddel bij het plannen van lessen en taken.

 

Voorbeelden van opdrachten

Voorbeelden van opdrachten die men kan verwachten: toepassingen taal of rekenen, w.o.-lessen, een opzoekopdracht rond een bepaald thema, een spreekbeurt voorbereiden, prenten of materiaal verzamelen, een boekbespreking maken,…

Verwachtingen

De opgegeven taak dient tegen de volgende of andere afgesproken dag netjes in orde te zijn. Gebeurt dit niet, dan zullen er maatregelen volgen die erop gericht zijn de attitude van het kind bij te sturen. 

Vanaf het derde leerjaar worden lessen in de meeste gevallen tot ongeveer een week op voorhand opgegeven, zodat de kinderen leren plannen en voldoende tijd hebben om te studeren (zonder teveel tijdsdruk).

We verwachten dat het kind het huiswerk kan afwerken in een rustige omgeving. Teveel afleiding moet daarbij vermeden worden. 

Het kind mag niet te lang met het huiswerk bezig zijn. Hoelang is natuurlijk afhankelijk van het leerjaar. En ook al is dit erg verschillend voor elk kind, toch mag het kind geen uren tijd aan het huistaken en lessen spenderen. Dit is niet de bedoeling van huiswerk. Indien dit toch meermaals blijkt voor te komen, neemt men best contact op met de klasleerkracht, zodat we aangepast werk kunnen voorzien.

Frequentie van huiswerk

Kinderen in een eerste en tweede graad krijgen meestal drie keer per week huiswerk, en dit op maandag, dinsdag en donderdag. In een eerste en tweede leerjaar krijgen de kinderen vooral te maken met reken- en/of taalhuiswerk (letters of woordjes lezen, tekstjes lezen, rekenoefeningen). In de eerste graad is het ook van groot belang om het lezen en de maaltafels te onderhouden.

De kinderen van een derde en vierde leerjaar krijgen vooral te maken met reken- en/of taalhuiswerk of huiswerk in verband met wereldoriëntatie.  Een opzoekopdracht kan ook.  

In een derde graad krijgen de kinderen meestal vaker huiswerk per week. Dat kan in principe alle dagen zijn, al zou het toch beduidend minder moeten zijn op woensdag en vrijdag. Hier krijgen de kinderen eveneens reken- en/of taalhuiswerk, maar ook Franse woordjes oefenen, opzoektaken, boekbesprekingen maken, opzoekwerk op de computer of andere taken waaraan op een langere termijn moet gewerkt worden.

 

Taak van de ouders

We verwachten niet dat ouders het huiswerk verbeteren. We verwachten van onze ouders een gezonde, ‘coachende’ houding tegenover het huiswerk. Eventuele problemen met het huiswerk hoeft u niet op te lossen. Meld dit aan de klasleerkracht, via een korte nota.

 
vertellen over lievelingsdier.jpg
Zittenblijven

Zittenblijven proberen we op Klim Op indien mogelijk te vermijden. We streven naar een normale schoolloopbaan die niet wordt onderbroken.

Bij leermoeilijkheden proberen we de ouders snel op de hoogte te brengen. Indien deze moeilijkheden blijven voortduren, wordt in samenspraak met het zorgteam een actieplan opgesteld en dit wordt met de ouders besproken. De vorderingen worden regelmatig geëvalueerd. Bij een overweging tot zittenblijven zitten we samen met ouders en het zorgteam. Het CLB wordt ook bij deze beslissing betrokken. Er kan besloten worden dat zittenblijven de meeste kansen zal geven op lange termijn. Deze beslissing wordt dus alleen maar genomen na het volgen van een heel proces.

In principe zal zittenblijven vooral in de eerste graad gebeuren. In de eerste twee jaren van de lagere school wordt aan de basis gewerkt. Zittenblijven kan een extra kans zijn voor kinderen met een vertraagde ontwikkeling. Zij krijgen zo meer tijd om zich te ontwikkelen.

Indien een leerling een leerjaar heeft overgedaan, dan bestaat er na het 5de leerjaar de mogelijkheid om naar de B-stroom te gaan (BSO). Op deze manier zitten zij terug op leeftijd. Op het einde van het eerste leerjaar BSO kan de leerling zijn getuigschrift lager onderwijs behalen

Wat met nieuwkomers?

Op het inschrijvingsmoment wordt met de ouders afgesproken naar welke klas de nieuwe leerling zal gaan. Er wordt ook afgesproken dat we op zeer korte termijn informatie zullen verzamelen. Met deze informatie kunnen we de overgang naar onze school vlot laten verlopen. Daarnaast kunnen we  evalueren of de leerling in het juiste leerjaar zit. In de eerste plaats vragen we informatie van de vorige school. Indien nodig doen we zelf een testing om het niveau van de leerling te bepalen. Op basis van deze informatie blijft de leerling in de ingeschreven klas, of wordt hij/zij verplaatst naar een ander leerjaar.

Decreet basisonderwijs

 

 

Volgens het decreet basisonderwijs hebben de ouders beslissingsrecht in de overgang van het kleuter - naar het lager onderwijs, van het lager naar het secundair.

 

De school heeft volgens de wetgeving het alleenrecht om te beslissen bij de overgang naar een volgend leerjaar.

 

Maar… in Klim Op willen wij deze beslissing nemen met verschillende partijen:

  • De leerkracht: hij of zij kent het kind het beste in het schoolklimaat.

  • De ouders: zij kennen hun kind het beste.

  • De zorgcoördinator: deze is nauw betrokken bij de loopbaan van het kind in Klim Op.

  • Het CLB, want zij volgen het kind gedurende heel de schoolloopbaan op.

  • De leerkracht van het volgende jaar en de directeur worden ook betrokken in deze moeilijke beslissing.

 
 
zeeklassen.jpg
Uitstappen

We halen niet alleen de wereld in de klas, we trekken ook de wijde wereld in!  Elke klas gaat meerdere keren per jaar op ontdekkingstocht. Niks is namelijk zo leuk en beklijvend als een uitstap met de ganse klas.  Te voet, per fiets of met de bus naar een museum, de natuur in, op trektocht door gemeente of stad of op zoek naar andere interessante plaatsen

waar wat te ontdekken valt!

MEERDAAGSE UITSTAPPEN

​Om de twee jaar gaan we met alle klassen op  meerdaagse uitstap: naar de boerderij, de natuur of de zee.

Levendig en aanschouwelijk onderwijs.

Leren is ontdekken en dat gebeurt het best in de echte wereld. Meerdaagse uitstappen zijn ook goed voor de ontwikkeling van het zelfstandig handelen en de sociale vaardigheden.

 

Kosten:

We bieden de mogelijkheid tot gespreide betaling, maar alleszins doen we er alles aan om de kosten zo laag mogelijk te houden voor de ouders. We houden ons hierbij ook aan het onderwijsdecreet, wat betekent dat de kosten voor meerdaagse uitstappen op 6 jaar tijd de 405 euro niet mogen overschrijden. Deze kosten zitten niet in de normale maximumfactuur van 85 euro per schooljaar per kind. De school en de Vriendenkring sponsoren samen om de kosten voor ouders te drukken. Vervoer betalen we uit eigen middelen.